Categorie: Achtergrond

“Je moet niet sollen met de bereikbaarheid van de eilanden”

Geplaatst op 6 juni 2012 13:32

Paul Melles, directeur Rederij Doeksen

Paul Melles (foto: Harlinger Courant, Henry Drost)

HARLINGEN – Directeur Paul Melles (51) viert vandaag zijn 25-jarig jubileum bij Rederij Doeksen. De Harlinger Courant sprak met Paul Melles over vroeger (bij voorkeur met storm op een veerboot naar Vlie), heden (de strijd met EVT) en de toekomst (duurzame schepen die varen op LNG).

Door Jeroen Pietersma

Je had geen nautische achtergrond maar je koos voor de zeevaartschool…
“Mijn vader was een enorme liefhebber van kust en zee. Hij kwam uit Groningen en hield van vergezichten. We gingen met het gezin veel naar Terschelling. Ik heb daar als jongetje ontzettend veel tijd doorgebracht op het havenplein en genoten van alles wat daar gebeurde. De bootjes, de reuring die er altijd was, de koeien die los aan dek stonden, de oude boten van Doeksen en de Holland in de haven. Mijn vader had zelfs de rare eigenschap om als het stormde het wad op te gaan. We gingen dan met het Vlielandje naar Vlieland. De meeste mensen zagen groen en geel maar wij vonden het prachtig. Die voorliefde voor zee is er zo in gebakken. Ik ben technisch aangelegd en die combinatie was vrij snel gemaakt.”

Ooit gedacht dat je bij Doeksen zou werken toen je de boot pakte naar de zeevaartschool?
“Nee. Als je de hogere zeevaartschool ging doen, was het om in de koopvaardij terecht te komen. Tijdens het eindexamen stonden de rederijen in de gang om je te contracteren. Ze hadden hard mensen nodig; voordat je üuberhaupt klaar was had je al een werkplek.Ik ben gaan varen en vond het fantastisch. Het zwerven over de wereld, het vak, de hele dag in zo’n machinekamer. Ik vond het prachtig – en nog. Techniek spreekt me heel erg aan. Ik vind het heel leuk me daar in te verdiepen.”

Hoe was je begin bij Doeksen?
“De rederij was toen nog niet echt heel gestructureerd. Er stond niet veel op papier wat betreft procedures en afspraken. Wat dat betreft was ik als een vis in het water; ik kon heel veel opbouwen. Ik heb de basis meegemaakt, tot wat het nu is. Het was een hartstikke leuke uitdagende baan. Ik raakte vrij snel met mijn eerste nieuwbouwproject in aanraking; de Friesland. Die lag toen al op de tekentafel. Ik heb het laatste stukje mee mogen kijken en de technische bouwbegeleiding gedaan, samen met Jan Doeksen. Dat was een heel mooie tijd. Kort daarna, begin jaren 90, zijn de aandelen verkocht aan de Rotterdamse familie Doeksen, die toen honderd procent aandeelhouder is geworden. Jan is toen uit het bedrijf gestapt. Ik heb toen gekozen mijn baan te behouden. We woonden op Terschelling en de banen lagen niet voor het oprapen.”
“Begin jaren negentig kwam wijlen Henk Oosterbeek, en onder hem zijn de eerste slagen naar verdere professionalisering gemaakt. De terminals zijn toen in Harlingen neergezet, en ook op Terschelling en Vlie. De directie en kaderfuncties zijn toen naar Harlingen verhuisd, omdat je beide eilanden vanuit één haven veel efficiënter bedient. Dat heeft logistieke voordelen.”

Welke projecten heb je verder technisch begeleid?
“Onder andere de Stuifdijk, de Koegelwieck, de aankoop van de Midsland, de Najade en de verbouw van de Oost Vlieland. En de fastferry’s voor de Drechtsteden. Jan Willem Doeksen vroeg mij om als technisch directeur voor de holding te komen werken. Ik was toen verantwoordelijk voor voor de techniek binnen alle activiteiten van de holding, waaronder de veerdienst TSM. De holding had een concessie binnengehaald voor de Drechtsteden, Maassluis en Rozenburg. Ik heb veel voor deze projecten gedaan. Daarnaast heb ik handen en voeten gegeven aan het structureren van het technisch onderhoud. Dat heb ik met veel plezier gedaan, maar ik merkte wel dat ik aan een nieuwe uitdaging toe was. In 2001 vroeg Henk Oosterbeek of ik zijn functie wilde overnemen en dat leek me een heel mooie uitdaging. Er is veel gereorganiseerd en heel veel gewerkt aan de kwaliteit van het bedrijf. De rederij moest veranderen, meer marktgericht te werk gaan. Dat vroeg om een behoorlijk cultuuromslag in het bedrijf. Daar hebben we heel veel energie en tijd in gestopt en gezamenlijk hebben de club gemaakt tot wat het nu is.”

Voor jou dus ook een omslag. Je had eerst te maken met de vraag: wat is een goed schip. En toen: wat is een goed bedrijf?
“Dat klopt. Ik kwam uit de technische, maritieme hoek. Toen Doeksen mij die uitdaging bood, heb ik daar wel even bij stilgestaan. Het is een heel andere tak van sport. Een bedrijfskundige achtergrond heb ik niet. Maar goed, met gezond verstand en een stuk ervaring , lukt het. Ik heb geholpen het bedrijf op te bouwen en dan ken je heel veel ins en outs. En de valkuilen ken ik ook wel. Je moet weten waar de prioriteiten liggen, dingen loslaten en op hoofdlijn aansturen.
Je ziet het ook bij een werktuigkundige: hij weet een klein beetje van heel veel dingen en dat is hier ook zo. Als je je kop gebruikt, als je een duidelijk doel hebt en je verzamelt de juiste mensen om je heen, dan kom je een heel eind.”

Rederij Doeksen heeft zich al langer geleden hard gemaakt voor de bouw van een LNG-terminal in Harlingen, om schepen op Liquefied Natural Gas (LNG, vloeibaar aardgas, red.) te laten varen. Maar dat lijkt überhaupt niet van de grond te komen in Nederland.
“Zo gaat dat vaak met duurzaamheid in Nederland. Veel praten over duurzaamheid en zeggen dat het belangrijk is, maar als puntje bij paaltje komt, gebeurt er gewoon te weinig. De overheid kan het tot een succes maken. Het gaat om het faciliteren door de overheid en als je echt iets wilt, dan kun je het realiseren. In Noorwegen wordt LNG al heel lang gebruikt; de Noorse overheid faciliteert wel. De overheid heeft samen met marktpartijen een fonds uitgerold. Dat werkt heel simpel: als je vervuilt, moet je er geld in stoppen, maar als jij wilt innoveren, mag je uit het fonds putten. Een fantastisch instrument. In Noorwegen heeft het er toe geleid dat daar heel veel ferry’s op LNG varen.”
“Toen wij begonnen te praten over LNG, kon je LNG in een vrachtwagen krijgen vanuit Noorwegen of vanuit Portugal. We zijn nu vijf jaar verder en nu zie je dat Zeebrugge ontsluiting heeft voor LNG per truck en binnenkort ook Rotterdam. Langzamerhand komt het er aan en de reders willen best. Maar de simpele vraag is: waar kan ik dat spul nou krijgen? Dat is een kip-of-eiverhaal. Er moet eerst een netwerk zijn en dan zul je zien dat reders overstappen. Ik heb bijvoorbeeld gehoord dat een heel grote partij als Maersk wel wil. Die zegt: als ik in Rotterdam gegarandeerd LNG kan krijgen en ook in Singapore, dan ga ik nu een containerschip bouwen met een LNG-installatie heeft. Maar ja, zo lang dat niet het geval is, zul je zien dat de maritieme industrie gewoon terughoudend is.”

Is een LNG-terminal in Harlingen definitief van de baan?
“Het is een kwestie van vraag en aanbod. Want wie gaat er een hub neerzetten als er nog te weinig vraag is en als LNG per truck naar Harlingen kan komen, net zoals er nu brandstof per tankauto naar Harlingen komt voor onze snelboten. Ik sluit niet uit dat er op termijn een hub komt, maar dan moet er wel voldoende afname zijn. Want één ding weet je bij LNG zeker: als je het niet afzet, moet je het afblazen. LNG heeft een temperatuur van min 162 graden en ze kunnen de tank heel goed isoleren, maar toch niet zo goed dat er geen verdamping plaatsvindt. De druk loopt op en dan gaat er vanzelf een klep open en dan ben je het kwijt. En dan ben je methaangas aan het uitblazen en dat is twintig keer erger dan CO2, dus dat wil je ook niet.”
“De Midsland is sterk verouderd en er moet een vervanger komen. We kijken nog steeds naar LNG. We kunnen LNG op dit moment al vrij zeker per truck krijgen. De techniek is er en de regelgeving is in de maak. Dus eigenlijk vallen de puzzelstukjes op hun plek. De uitstoot van schadelijke emissies proberen we zo goed mogelijk te elimineren en dat kan met schone dieseltechniek ook. We kijken er heel kritisch naar en onderzoeken dat samen met Damen. We willen naar een state of the art, innovatief, duurzaam scheepsconcept. We kijken over de hele line: hoe kun je met zo weinig mogelijk voortstuwingsvermogen en met zo weinig mogelijk emissies door het kwetsbare waddengebied varen. We kijken ook naar wind en zon; we willen met een ultiem duurzaam concept komen.”
“We hopen binnen nu en een half jaar klaar te zijn, zodat we het kunnen aanbesteden. Wat ons nu ook weerhoudt de investering te doen, is nog steeds de onzekerheid over de concessie. Die is ons gegund en daar loopt nog beroep tegen; dat moeten we eerst afwachten. Eind van dit jaar komt daar duidelijkheid over. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft laten weten dat de zitting in het laatste kwartaal van dit jaar zal plaatsvinden. De uitspraak is een bindende uitspraak; er is geen hoger beroep mogelijk. Dus dat is mooi. Dan is er duidelijkheid voor alle partijen. Die duidelijkheid willen we hebben. Dat vind ik ook niet meer dan fair. Want je weet niet of je die investering überhaupt terugverdient. In het mooiste geval is het schip in het najaar van 2014 klaar.”

Ja, toen kwam er opeens een EVT voorbij…
“EVT is ontstaan uit onvrede. Daar heb ik altijd van gezegd: ik herken daar wel iets van, dat de rederij wat monopolistische trekjes vertoonde in de jaren negentig. Daar moest ook echt verandering in komen. De wereld veranderde met een rotgang en de gasten veranderden, en Doeksen bleef toch wel wat achter bij die ontwikkeling. Doeksen had ook wel een schop onder z’n kont nodig en natuurlijk word je dan wel geholpen door de druk vanuit EVT. Die credit wil ik EVT wel geven en dat heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Maar we zitten nu niet meer te wachten op EVT. Het werkt nu remmend.”

“De overheid heeft ongelooflijk veel onderzoek gedaan, en is tot de conclusie gekomen dat er geen ruimte is voor twee rederijen op één concessie. Dat is eigenlijk niets nieuws, want dat is in het openbaar vervoer ook allang uitgekristalliseerd, omdat er gewoon heel dunne tijden zijn en wat dikkere tijden. Maar de overheid heeft lang gewacht met een definitieve beslissing en EVT pakt alle kansen die ze kunnen pakken. Door de traag draaiende molens van de overheid worden wij momenteel met twee benen in één broekspijp gedwongen. Dan komt er wel druk op te staan. We moeten een goed product leveren en service en kwaliteit kosten nu eenmaal geld. En het gaat erom dat de eilanden, ook met ijs en zonder toeristen, het hele jaar door met een goede dienstregeling tegen redelijke tarieven bereikbaar zijn. Back up is essentieel. Als op al die zaken beknibbeld moet worden omdat we in de zomer worden afgeroomd; daar is niemand mee gediend. Het gaat om de essentie, namelijk dat gasten en eilanders het hele jaar door kunnen vertrouwen op een veerdienst die continue is en goede kwaliteit en service biedt. Het gaat om de bereikbaarheid van het eiland en daar moet je niet mee sollen.”

Paul Melles en Doeksen
Paul Melles, zoon van een predikant, werd in 1960 geboren in Kampen. Kort daarna verhuisde het gezin naar Amstelveen, waar Melles tien jaar woonde, en vervolgens zes jaar in Bussum. Op zijn 16e gingen zijn ouders uit elkaar en verhuisde Melles met zijn moeder naar Amersfoort. Paul Melles ging naar de zeevaartschool op Terschelling. “Omdat ze daar ook een drummer nodig hadden in de schoolband”, grapt Melles. Hij ging na zijn studie als werktuigkundige aan de slag bij Stoomvaart Maatschappij Oostzee (A. Vinke & Co) op de wilde vaart. In 1987 ging deze rederij failliet en leerde Paul Melles Nine Doeksen kennen, met wie hij later zou trouwen. Hij raakte bevriend met Jan Doeksen (junior) en ging mee met bergingsklussen. Toen het hoofd technische dienst opstapte, vroeg de rederij Paul Melles voor die functie; Melles kwam op 27 mei 1987 in dienst bij Rederij Doeksen. De vloot van de rederij bestaat uit drie roroveerboten (Friesland, Vlieland en Midsland), een vrachtroro (Noord-Nederland), snelboten Tiger en Koegelwieck en de waddentaxi Zeehond. Er werken ongeveer 140 mensen vast bij Doeksen, in het hoogseizoen zijn er ongeveer 200 mensen werkzaam.

Bovenstaand artikel werd op dinsdag 5 juni 2012 gepubliceerd in de Harlinger Courant en met toestemming overgenomen op dit blog.

Overleg met de Klantenpanels: wat wil de klant?

Geplaatst op 8 mei 2012 04:08

Wat is de ideale manier om de afstand tussen de eilanden en het vasteland te overbruggen? Een snelle, veilige overtocht wil iedereen wel. Maar wat is snel? En als een veerboot comfortabel moet zijn, wat verstaat u daar dan onder? Wanneer wordt comfort luxe en wanneer slaat kwaliteit om in overdaad? Hoe vaak moet een veerboot varen om van een goede frequentie te kunnen spreken?

U merkt dat er heel wat te plussen en te minnen valt als het gaat om de veerdienst tussen de eilanden en het vasteland. Bij Rederij Doeksen zijn we dagelijks met deze vraagstukken bezig, maar gelukkig doen wij dat bepaald niet op eigen houtje. Elk half jaar wisselen wij op Terschelling en Vlieland over deze en andere zaken van gedachten met de zogeheten Klantenpanels. Vertegenwoordigers van de belangrijkste klantendoelgroepen op de eilanden praten in die panels mee over de veerdienst, die vooral ook hún veerdienst is. Rederij Doeksen onderhoudt de veerdienst die voor de eilanders de ‘lifeline’ met de rest van Nederland vormt. Dat schept een band en het geeft tevens bepaalde verplichtingen.

Met wie praat de Rederij over het reilen en zeilen tussen Terschelling, Vlieland en Harlingen? Het gaat om diverse bevolkingsgroepen en belangenverenigingen. Voor Terschelling zijn dat bijvoorbeeld Arriva, LTO Noord afd. Terschelling, VVV Terschelling, de Terschellinger Ondernemers Vereniging en Buurtverenigingen. Voor Vlieland gaat het om de ANBO, Vereniging van Vrienden van Camping Stortemelk, Ondernemersvereniging Vlieland, Vereniging van Huiseigenaren Noordzeeduinen Vlieland, VVV Vlieland en TCR Vlieland, oftewel de busonderneming.

Tijdens de bijeenkomsten worden steevast zowel de reizigerservaringen met de veerdienst als de lopende projecten bij Rederij Doeksen besproken. “Het overleg geeft ons de kans te vertellen waarmee we bezig te zijn en om feedback te krijgen. De laatste tijd is er in dit kader veel gesproken over de invoering van nieuwe controlepoortjes met vingerscan en de nieuwe ticketverkoopautomaten; ook willen wij graag horen wat men vindt van de verbeteringen op onze website. En uiteraard bespreken we ook eventuele kritische geluiden die ons ter ore komen over aspecten van de dienstregeling. Dat is heel nuttig,” vertelt Irene Smit, hoofd commerciële zaken bij Rederij Doeksen.

Een ander vast punt: wat leeft er op het eiland? “Vaak gaat het over heel praktische dingen. We kregen onlangs een heel nuttige tip uit dit overleg. De vraag was of we voor mensen in het Grand Café in Harlingen wat duidelijker willen aangeven dat het instappen begint. Dat geeft de reizigers meer rust, zo was het argument. Kunnen wij ons helemaal voorstellen, dus daar komt verandering in.”

Zeker met zulke goede voorbeelden in de hand wil Doeksen met ‘de klant’ blijven overleggen over de veerdienst; in verband met de concessie is er ook een – wettelijk verplicht – consumentenplatform opgericht, waarin ook vertegenwoordigers van de eilanden zitting hebben.
“Hoe de samenwerking er ook uit gaat zien: ik weet zeker dat we daarin ook prettige, open gesprekken zullen hebben,” aldus Irene. “We staan aan dezelfde kant, althans zo voelen wij het. Wij willen allemaal een zo goed mogelijke bereikbaarheid van Terschelling, Vlieland en Harlingen.”

Een miljoen online boekingen!

Geplaatst op 14 maart 2012 04:43

Miljoenste online boeker bij Rederij Doeksen. Foto: Joachim de Ruijter

Miljoenste online boeker bij Rederij Doeksen. Foto: Joachim de Ruijter

We hebben een prachtige mijlpaal bereikt: sinds de invoering van onze boekingssite hebben we 1 miljoen boekingen mogen verwerken. Eén miljoen maal ‘enter’, een miljoen maal een betalingsbewijs. Een miljoen maal voorpret, het idee van een lekker lang weekeinde op de eilanden. Als je daarover nadenkt… het is ook een miljoen keer Oerol, Brandaris, het Wrakkenmuseum, de haven… En een miljoen keer de vuurtoren op Vuurboetsduin of even banjeren in Oost-Vlieland.

Een miljoen boekingen via onze site… Dat is bijna evenveel als wanneer alle 1,1 inwoners van de provincie Limburg bij Doeksen digitaal een overtocht zouden hebben geboekt. Of evenveel als wanneer alle 500.000 inwoners van Den Haag een keer naar Terschelling én een keer naar Vlieland zouden zijn geweest. Veel…

Stel je voor dat al die mensen hun overtocht aan de balie of per telefoon hadden geregeld. Hoewel iedereen welkom aan de balie is, was dat toch minder vlot afgehandeld. En telefonisch boeken zou ongetwijfeld flinke wachtrijen hebben opgeleverd. Daarom is de mijlpaal op het gebied van digitale boekingen ook het bewijs van de kracht van efficiënt en kostenbesparend werken. Tegelijk past het vlot online boeken bij Doeksen ook helemaal in het verwachtingspatroon van de moderne consument. In dat opzicht is het grote aantal boekingen via de site het bewijs dat deze voorziening in een enorme behoefte voorziet.

Lange tijd kon de reiziger bij Rederij Doeksen uitsluitend (en alleen telefonisch) boeken voor de eerste afvaart van de sneldienst. Voor alle andere afvaarten gold: bleek de afvaart vol, dan moest de rest van de reizigers gewoon wachten op de volgende afvaart. Dat probleem werd verholpen in 2006, bij de lancering van onze online boekingssite. Vanaf dat moment konden reizigers voor alle afvaarten boeken, zowel voor de snel- als de veerdienst. Reizigers hadden daarmee de garantie, mee te kunnen op de geboekte afvaart.

De invoering van de boekingssite heeft Rederij Doeksen ook bedrijfseconomische voordelen opgeleverd, die grotendeels ten goede komen aan de reiziger. Zo kunnen wij door het boekingssysteem beter inschatten hoeveel capaciteit nodig is en dat opent de weg naar ‘vraaggestuurd varen’. We kunnen dus zo secuurder sturen op bezetting, wat extra belangrijk is geworden sinds de maximumcapaciteit per afvaart omlaag is gebracht; een maatregel die meer ruimte (want minder passagiers) aan boord van onze schepen heeft gebracht.

Sinds 2006 zijn de online boekingsmogelijkheden steeds uitgebreid en verbeterd. In 2011 werd bijvoorbeeld de mobiele boekingssite gelanceerd (http://m.rederij-doeksen.nl) In de nieuwste versie van de boekingstool op internet – die vanaf vandaag online is – hebben we veel suggesties van reizigers meegenomen. Zo is de zogeheten boekingsflow – de volgorde in stappen die de reiziger in het systeem zet – eenvoudiger en logischer geworden. Boeken is hierdoor nog eenvoudiger, efficiënter en sneller geworden. Ook hebben wij belangrijke opties toegevoegd. Zo kunt u nu ook andere producten online bijboeken, zoals een CO2-neutraaltoeslag (zie blog ‘Een kleine bijdrage voor een groene wereld’). Op termijn komen hier nog andere opties bij, zoals bustickets en horecavouchers.

Nu wilt u vast weten wie die miljoenste boekers waren. Dat waren de heer en mevrouw Gravemaker uit Hilversum. Zij ontvangen een lang weekend Terschelling of Vlieland (naar keuze) voor zes personen, met accommodatie bij WestCord Hotels. De familie Gravemaker wordt goed verwend, bijvoorbeeld met een cadeaupakket uit onze nieuwe winkel in Harlingen (bent u daar trouwens al eens binnen geweest?) met onder meer cranberrycompôte, -wijn, -zeep, fietsrouteboekjes en meer. De heer Gravemaker was blij verrast met de prijs. Hij kan niet wachten om snel weer eens naar de eilanden te gaan. Maar voor wie geldt dat nou niet?

24 Uur per dag ziekenreizen per sneldienst: De ‘levenslijn’ met Harlingen

Geplaatst op 29 februari 2012 09:47

Kapitein Jacob van der Pol

Kapitein Jacob van der Pol

Wonen en recreëren op een eiland heeft talloze prettige kanten, daarover zijn eilanders en “badgasten” het eens. Maar als er serieuze medische problemen zijn, dan zijn de voorzieningen op het eiland niet altijd toereikend. Gelukkig is de sneldienst van Rederij Doeksen uitstekend voorbereid op spoedvervoer van Terschelling naar Harlingen. 24 uur per dag is er een bemanning paraat, klaar om uit te varen als een zieke of gewonde snel via Harlingen naar het ziekenhuis in Leeuwarden moet.

De sneldiensten Koegelwieck en Tiger zijn – buiten de te varen dienstregeling – permanent beschikbaar voor deze ‘ziekenreizen’. In veel gevallen (zo’n twee tot driemaal per week) kunnen de patiënten overdag mee op de reguliere afvaarten, maar gemiddeld ruim 50 maal per jaar is ook in de avond of nacht een snelle overtocht noodzakelijk. Een kapitein, een stuurman en een machinist worden dan op aangeven van een arts via de Brandaris opgepiept.

Daarbij kan het gaan om een botbreuk of om een andere niet-levensbedreigende zaak, waarbij evengoed snel vervoer gewenst is. Bij een hartinfarct of een ander ernstig medisch feit kan een helikopter worden ingeschakeld. De huisarts op het eiland neemt daarbij de beslissing, dikwijls in overleg met de ambulancemedewerkers en het ziekenhuis in Leeuwarden. In extreme noodgevallen en wanneer de snelboot niet voorhanden is, kan een beroep worden gedaan op de boot van de KNRM op Terschelling. “Bij slecht weer varen we altijd uit, al gaat het tussen Terschelling en Harlingen soms flink tekeer bij windkracht 8!”, zegt Jacob van der Pol, eerste kapitein op de sneldienst.

“Het moet altijd snel”, weet Jacob, die geregeld met de ‘pieper’ op het nachtkastje slaapt. “Wij zijn in zo’n geval echt de levenslijn tussen Terschelling en Harlingen. Er is aan boord van onze snelle schepen een aparte ruimte (ziekenboeg), met de apparatuur die je ook in de meeste ambulances aantreft. Daar kan de patiënt tijdens de tocht goed door een arts worden verzorgd, op een brancard, met zaken als zuurstof en een AED-defibrillator binnen handbereik. Alle bemanningsleden hebben overigens BHV-training gehad; we hebben meer dan eens moeten assisteren wanneer een patiënt onwel werd.”

Jacob, die al ruim 21 jaar op de sneldienst vaart, heeft in de loop van de jaren de nodige bijzondere patiënten vervoerd. “Uiteraard hebben wij ook heel wat zwangere vrouwen vervoerd, zeker sinds bepaald is dat bevallingen per definitie in het ziekenhuis moeten plaatsvinden. We hebben er heel wat gehad bij wie de bevalling toch sneller vorderde dan eerst gedacht. Eén keer kwam de huisarts tijdens zo’n nachtelijke vaart bij mij, met de woorden ‘het komt, het komt’. We zijn een tijdje stil gaan liggen op de vaarroute tot het kind geboren was, waarna we zijn teruggekeerd naar Terschelling. De bevalling was goed gegaan, het kind en de moeder waren kerngezond.”

Jacob en zijn collega’s zijn zich zeer bewust van het belang van hun werk voor de eilanders en gasten. Het kan best zwaar zijn: het kan immers voorkomen dat je buren, familie of een collega in een noodsituatie moet vervoeren. En wie pieperdienst heeft, moet dichtbij zijn auto blijven en mag tijdens een verjaardagsfeestje geen borrel nemen, ook als er geen patiënt is. “Een tijdje terug moesten we razendsnel een jongetje met een acute blindedarmontsteking wegbrengen. Dat was zogezegd kantje boord en wij zijn dan ook oprecht blij dat hij het heeft gered. Op zo’n dag hebben we extra voldoening van ons werk!”

Topdrukte bij Doeksen: onderhoud voor een soepel vaarseizoen

Geplaatst op 11 januari 2012 10:49

Het mag dan in de winter rustig zijn op de eilanden, bij Doeksen heerst topdrukte! Want dit zijn de maanden waarin het groot onderhoud aan de vloot plaatsvindt.

Tijdens een werfbeurt worden belangrijk onderdelen gecheckt, vervangen en gereviseerd. Het werk op werf van Shipdock in Harlingen zorgt er voor dat reizigers in de drukke vaarmaanden van 2012 weer veilig – en: op tijd! – van en naar de eilanden kunnen reizen.

De vloot gaat volgens een vast onderhoudsschema naar de werf. Het autoveer ms Midsland is op dit moment aan de beurt en komt op 20 januari weer in de vaart. “We plannen de werfbeurten heel strak; alles moet binnen het gestelde aantal dagen gebeurd zijn,” vertelt vlootinspecteur Bas Koudenburg, die met collega Jan Kooistra de operatie organiseert en overziet. “De reizigers mogen geen last hebben van het onderhoudswerk en het vaarschema mag geen moment in het geding komen.”

koegelwieck op de werf

Ms Koegelwieck voor groot onderhoud op de werf

Het werk is erop gericht om uitval tijdens het ‘seizoen’ te voorkomen, dus de schepen moeten in topvorm uit de werfbeurt komen. Daarom worden belangrijke onderdelen aan motoren en generatoren streng gecontroleerd en soms vervangen. Hoofdmotoren, schroefassen en koppelingen, niets ontsnapt aan de aandacht van de inspecteurs en monteurs. “We doen alles voor de continuïteit en de veiligheid, waarbij we ook zorgen dat de installaties aan de wettelijke eisen en normen blijven voldoen. Veel zaken aan boord – zoals reddingsmiddelen en brandblusmiddelen – moeten worden gekeurd om de vereiste certificaten te krijgen.”

Als een schip in het dok gaat en uit het water komt, is dat de ideale gelegenheid voor inspectie en onderhoud van alles dat zich normaal gesproken onder de waterlijn bevindt, zoals schroefasafdichtingen, lagerringen en schroefbladen.
Voor motoren en generatoren bestaan vaste onderhoudsschema’s, waarbij het aantal draaiuren leidend is voor onderhoud en vervanging. “Inspecteren, reviseren en vervangen doen we met verstand en veelal in samenspraak met de fabrikanten en leveranciers van belangrijke onderdelen.”

De werfbeurt is dé gelegenheid voor belangrijke aanpassingen, ook aan passagiersvoorzieningen en minder zichtbare systemen op een schip. “Zo is een tijd terug tijdens de werfbeurt van een van de schepen het alarmsysteem volledig vernieuwd. Een grote klus, die we echt alleen tijdens zo’n werfbeurt kunnen uitvoeren”, zegt Bas, die eraan toevoegt dat ook de ‘looks’ van de schepen aandacht krijgt, veelal met een flinke schilderbeurt.

Het werk gebeurt door de eigen bemanningen van Rederij Doeksen, personeel van de werf en soms wel tot een twintigtal gespecialiseerde onderaannemers. “Voor onze eigen mensen zijn de werfbeurten een goede manier om de schepen van binnen en van buiten te kennen; dat komt ze in de piekmaanden van pas als ze onze schepen ‘in vorm’ moeten houden en de veiligheid en bedrijfszekerheid voortdurend in de gaten houden.”

Als in maart het onderhouds- en revisiewerk helemaal klaar is, dan breekt voor Bas en Jan als het goed is een rustiger periode aan. “De schepen zijn dan helemaal tiptop in orde voor de zomer,” zegt Bas. Om er lachend aan toe te voegen: “Maar rustig wordt het nooit. Want wij gaan meteen aan de slag om de werfbeurten van de volgende winter te plannen.”