Categorie: Achtergrond

Verloren? Gevonden!

Geplaatst op 6 juni 2013 10:59

Richard Tichelaar is het gezicht van de afdeling gevonden voorwerpen

Richard Tichelaar is het gezicht van de afdeling gevonden voorwerpen

Tijdens de overtocht check je je email op je smartphone. Bij het aanmeren denk je wel aan je telefoon, maar niet aan je bankpasje en je sieraden die je even naast je op de bank had gelegd. Of je hebt net een geweldig weekeinde op Vlieland gehad en bij terugkeer in Harlingen wil je geen seconde verspillen – de trein wacht! Even later ligt je vertrouwde slaapzak nog moederziel alleen onder de tafel in het restaurant… vergeten!

De kans dat het bankpasje, de sieraden en de slaapzak weer terugkomen bij hun rechtmatige eigenaar, is bij Rederij Doeksen vrij groot. Er wordt op de veerboten en aan de wal serieus werk gemaakt van het bewaren van de duizenden voorwerpen die daar per jaar worden achtergelaten. Richard Tichelaar heeft er vooral in de zomermaanden de handen vol aan. De medewerker van de Waldienst registreert de talloze aan boord of in de vertrekhal achtergelaten portemonnees, sjaals, sieraden, tassen, rugzakken en andere artikelen. Richard zorgt dat zo veel mogelijk artikelen weer bij hun eigenaar terugkomen. Lukt dat niet direct, dan ziet hij er op toe dat ze netjes in een magazijn worden bewaard en opgeslagen, soms voor lange tijd.

Gelukkig hebben veel reizigers snel in de gaten dat ze iets missen. Ze bellen naar het Contact Center of melden hun vermissing op de ‘Verloren Voorwerpen’-pagina op website van Doeksen. In overleg wordt het voorwerp naar hen opgestuurd of klaargezet bij de balie om te worden afgehaald. “Stuur ik het artikel op, dan kan de ontvanger vooraf via Post.nl de bezorgkosten betalen; dat doet de betrokkene meestal graag. Als ik iemand opspoor omdat we iets van hem of haar hebben gevonden is deze persoon bijna altijd blij. Hoewel… ik heb ook wel eens iemand een portemonnee terugbezorgd met zeshonderd euro er nog in. De man reageerde lauwtjes; hij had z’n portemonnee in de voorbije uren nog niet echt gemist…”

Bij een lila sjaal met bruine stippen, op een bepaalde datum achtergelaten op de overtocht van 10 uur is de match tussen artikel en eigenaar snel gemaakt. Dat geldt ook voor een portemonnee met bankpasjes en visitekaartjes. Als de eigenaar zich niet zelf meldt, kan Richard deze meestal snel opsporen. “Soms gaat het moeilijker, bijvoorbeeld als ik in een tas geen gegevens vind over de eigenaar. Dat vraagt wel even speurwerk, maar dat is ook de charme van deze job. Ik heb wel eens een fototoestel aan de eigenaar kunnen teruggeven doordat ik foto’s herkende op de camera. Collega’s die op het eiland wonen, herkenden gezichten en zo kwamen we hem op het spoor.”

Richard moet soms ook slim zijn om te zorgen dat waardevolle spullen naar de rechtmatige eigenaar gaan. “Als iemand belt dat hij zijn smartphone heeft achtergelaten, check ik wel even of hij kan aangeven hoe zijn startscherm er uit ziet.”

De top drie van gevonden voorwerpen is niet bijzonder opwindend, meent ook Richard: sjaals, petten, wanten en andere kledingstukken blijven vaak liggen, dikwijls op banken of onder tafels. De lijst met bijzondere vondsten is interessanter. “Je vindt soms de vreemdste zaken. Een kinderbuggy bijvoorbeeld. Die mis je toch direct? We hebben ook wel eens een kunstgebit gevonden. Beugels komen we ook dikwijls tegen. Ringen en andere sieraden, zelfs trouwringen met inscriptie! Ook vinden we laptops, waar nooit meer om wordt gebeld.”

Wat gebeurt er met zulke artikelen, als ze niet worden opgehaald? “Na drie maanden gaan de slaapzakken naar de daklozenopvang in Amsterdam. Andere nuttige artikelen met beperkte waarde, zoals kledingstukken, gaan naar de Stichting Dorcas.”

“De waardevolle spullen – denk aan de laptop, maar ook aan tenten, radio’s en telefoons – houden we wat langer in het magazijn. Als ze niet worden afgehaald, worden die uiteindelijk geveild onder het personeel van Doeksen. Wie het meest biedt, krijgt het artikel. De opbrengst gaat natuurlijk naar een goed doel!”

Alleen verliezers

Geplaatst op 26 april 2013 09:03

Door Paul Melles, directeur Rederij Doeksen

Als u hoopte dat we na jaren van getouwtrek over veerdiensten op de wadden iets zijn opgeschoten, dan zult u met mij teleurgesteld zijn over de consequenties van de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Of liever gezegd: van het uitblijven ervan. De oeverloze discussie over de inhoud van de inmiddels al lang geleden afgegeven concessie gaat door. Deze situatie heeft naar mijn mening alleen maar verliezers.

Waar velen al bang voor waren, dreigt nu te gebeuren. Je kunt niet ongestraft een veerdienst die alleen de krenten uit de pap haalt, laten varen naast een dienst die alle rechten en plichten meedraagt vanuit een officiële afspraak met de overheid. Kijk wat er in de praktijk aan de hand is: het blijkt een hele toer om een volwaardige veerdienst neer te zetten, met een betrouwbare, jaarrond dienstverlening. Laat staan dat er brood aan te verdienen is.

Dat EVT na de uitspraak van het CBb victorie kraaide, is wrang. Het uitstel van de beslissing over de vraag of de staatssecretaris al dan niet terecht de concessie heeft gegund aan Rederij Doeksen, is namelijk geen overwinning, voor niemand. Het betekent slechts het voortduren van de huidige situatie, waarin EVT’s activiteiten kunnen worden gedoogd en beide rederijen veel te grote financiële averij oplopen.

De blijdschap getuigt tevens van een volledig mis verstaan van de ontstane situatie. Want ik reken vooral de eilanders en bezoekers tot de verliezers. Zij zullen, zo vrees ik, de tol gaan betalen. Zeker nu een echt definitief besluit van het CBb nog eens jaren op zich laat wachten.

Rederij Doeksen wordt nu gedwongen consequenties te trekken uit het feit dat de onzekerheid over onze positie voorlopig aanhoudt. En daar zal niemand vrolijk van worden. Wij lijden pijnlijke verliezen. Bijna een kwart van de reizigers wordt weggesnoept met dumpprijzen, met name in de vier voor onze rederij cruciale zomermaanden. Terwijl onze concurrent in alle vrijheid en naar eigen goeddunken kan varen, zijn wij gehouden aan de strenge voorwaarden die de minister aan onze veerdienst heeft gesteld. Ik heb op deze plaats wel eens uitgelegd dat wij dagelijks veel geld steken in het onderhouden en in stand houden van een complete, veilige vloot, het paraat houden van reservecapaciteit, het garanderen van optimale veiligheid aan boord, een hoog niveau van dienstverlening etcetera. Geld, dat wij moeten verdienen in de drukke maanden. We financieren daarmee niet alleen alle nodige investeringen, maar het zorgt er voor dat we ook een uitgebreide – maar onrendabele – winterdienstregeling kunnen blijven varen.

Nu de scheve concurrentieverhoudingen voorlopig in stand blijven, is een grens bereikt. Het wegsnoepen van reizigers in de drukkere maanden veroorzaakt te veel schade en de verliezen lopen te zeer op.

Dat is aan de ene kant een bedrijfseconomische vaststelling. Maar ik benadruk dat er ook een fikse emotionele component aan zit. We hebben de afgelopen maanden moeten zoeken naar structurele kostenbesparingen. Daarbij heb ik met grote tegenzin onze steun aan promotie en evenementen op de eilanden moeten terugschroeven. Dat deed pijn. Bij de betrokkenen op de eilanden, maar zeker ook bij de directie en medewerkers van Doeksen. De steun aan het eilandleven was in jaren ontstaan en toonde onze verbondenheid – misschien zelfs onze vergroeiing – aan met de eilanden.

Dat was al een nare ervaring, maar daar zal het waarschijnlijk niet bij blijven. Een voortdurende inkomstenderving door de oneerlijke concurrentie maakt het onmogelijk om de ruime dienstregeling op de eilanden vol te houden en om te blijven investeren in ons product. Momenteel brengen we alle gevolgen in kaart en beraden we ons over maatregelen. Schrappen in de winterdienstregeling is ons voorgedaan en zou wel eens een reële optie kunnen zijn. Niet onze eerste keuze, maar wellicht onontkoombaar, gezien de onzekere toekomst. Tenzij de minister onze onrendabele diensten compenseert. Hoe dan ook, wij schuwen niet langer welke maatregel dan ook in het belang van het voortbestaan van onze rederij. Nu het bestaan van oneerlijke concurrentie gaat voortduren, zullen alle betrokkenen daarvan de consequenties gaan voelen. Dat klinkt hard en dat zal het ook zijn.

Want stelt u zich eens voor dat er op een dag minder diensten in de onrendabele periodes worden gevaren. Dat de keuzemogelijkheden flink beperkt worden. Zou u daar als eilander blij mee zijn? Ik vrees ook dat het aantal badgasten in het naseizoen zou kunnen teruglopen in zo’n situatie en dat is niet goed voor het toerisme. Ook zullen wij wellicht ons innovatieve duurzame vlootconcept moeten schrappen, een project waar wij veel research en energie in hebben gestoken en dat veel milieuwinst kan opleveren.

Rederij Doeksen heeft in de loop van tientallen jaren een schitterende veerdienst opgebouwd, die voldoet aan alle denkbare eisen van reizigers en overheid. Wij zijn een goede werkgever van tweehonderd medewerkers, waarvan een groot aantal op de eilanden woont. Een rederij die nu nog financieel gezond is, die barst van de ambitie en die daarmee in staat is voortdurend te investeren in dienstregeling en service. Wij staan midden in de samenleving en wij hebben bewezen dat wij zeer begaan zijn met de toekomst van de eilanden. Maar zoveel onzekerheid en oneerlijke concurrentie, dat houdt geen enkele onderneming vol. Ik zou het heel jammer vinden, maar als het zo door gaat, moeten wij weer afbreken wat wij in vele jaren, met medewerkers en eilanders, hebben opgebouwd.

Paul Melles
Directeur Rederij Doeksen

Horeca serveert gezelligheid

Geplaatst op 20 maart 2013 11:04

Dirk Spoor, Hoofd Horeca

Dirk Spoor, Hoofd Horeca

Een warm welkom aan boord
Stelt u zich voor dat u zo in Harlingen op het MS Friesland stapt. Vergeet het praktische doel (de reis naar Terschelling) en denk aan wat in uw ogen de prettigste manier zou zijn om de komende twee uur door te brengen. Het liefst doet u dat in een gezellige sfeer. U wilt ontspannen, misschien wat werken of studeren, een praatje maken, naar muziek luisteren of misschien wel een dutje te doen. En iets eten of drinken, ja lekker!

Als je er zo naar kijkt, dan is het MS Friesland behalve veerboot ook een restaurant, grand café, bar en zelfs een beetje hotel. Dan is het niet zo vreemd dat Rederij Doeksen drie jaar besloot stevig te investeren in de horeca aan boord en aan de wal. Dirk Spoor, sinds 2010 Hoofd Horeca en met ruime ervaring in de hotellerie: “Het zelfbedieningsbuffet aan boord, het à la carte restaurant, de verkoop van koffie en gevulde koeken met een trolley aan boord van het MS Vlieland, maar ook de horeca in de terminal in Harlingen, we leggen alles langs dezelfde meetlat: hoe gastvrij komt onze horeca over op de reiziger? Hoe zorgen wij ervoor dat de klant zich in die anderhalf, twee uur, volledig thuis voelt bij ons?”

Toen Spoor aantrad bij Doeksen, werd duidelijk dat veel voorzieningen dateerden van de jaren tachtig en negentig en dat bars en restaurants, assortiment, presentatie en organisatie verbeterd kon worden. Dirk Spoor: “We zagen volop kansen om het gastheerschap aan boord en aan de wal te versterken.”
Die vaststelling was het startsein van een enorme verbeteroperatie, zowel fysiek als organisatorisch. Buffetten werden gemoderniseerd, bars gesloopt en opnieuw opgebouwd. De huisstijl, het assortiment, de bedrijfskleding en ook de uitstraling van de verkooppunten, werkelijk alles is onderhanden genomen. De vernieuwingen bereikten ook de terminal in Harlingen, bij het Grand Café Promenade. Brechjes Brood (ambachtelijk, vers belegd brood) en Sytses Friet (cafetaria) openden hun deuren, prima aanvullingen op de beleving – tegenwoordig een belangrijk woord in horeca – bij Doeksen.

Ook de 90 (in de zomer 130) medewerkers tellende afdeling Horeca ging op de schop om professioneler te kunnen werken. “Je kunt je taak zien als koffie inschenken en bier tappen. Je kunt jezelf ook zien als iemand die er in de bar of in het restaurant voor zorgt dat reizigers het gezellig hebben. Dat is precies het verschil, dat onze mensen ook meekrijgen in de gastheerschaptrainingen”, zegt Spoor. Om deze reden treffen reizigers bij het aan boord gaan tegenwoordig een purser, die zijn taak ruimer ziet dan het handhaven van orde en het innemen van ghettoblasters. “De purser heet de gasten welkom, een welkom zoals je dat mag verwachten in een hotel, restaurant of vliegtuig.”

De medewerkers in de horeca hebben de omslag volgens Dirk Spoor moeiteloos gemaakt. “Ik had eigenlijk niet anders verwacht. Onze mensen hebben gekozen voor een dienstbaar beroep, dat bepalend is voor de sfeer. Zij voelen dat goed aan.” De meeste vaste medewerkers werken dagelijks acht tot maximaal twaalf uur en zijn zo vier tot vijf dagen per week voor Doeksen in touw. De meeste medewerkers zijn afkomstig van de vaste wal. “Dat komt doordat er op Vlieland relatief weinig mensen wonen – het aantal potentiële horecamedewerkers is er dun gezaaid. En op Terschelling zijn al relatief veel banen in de horeca”, legt Dirk Spoor uit.

Het werk in de horeca aan boord van de veerboten brengt voor veel medewerkers met zich mee dat zij geregeld de nacht doorbrengen in Doeksens eigen personeelspension op Terschelling. Op Vlieland bestaat zo’n pension niet, daar brengen de medewerkers de nacht door in hutten aan boord van de veerboot.

De verbeteracties voor de horeca zijn volgens Dirk in principe nooit echt af. “Het werk in de horeca is sterk geprofessionaliseerd, maar daar blijven wij ons in ontwikkelen. We hebben steeds meer biologische producten in ons assortiment en volgen de vraag van de reizigers. Ook duurzaamheid vraagt voordurend onze aandacht; zo besparen wij tegenwoordig enorm veel op verpakkingsmateriaal en transportkosten door in onze horeca wijn uit fust te schenken. Ook scheiden wij bij Doeksen het horeca-afval aan boord – papier, glas en restmateriaal – maar ook daar is nog verbetering mogelijk door bijvoorbeeld ook plastic apart te houden. Het vraagt tijd en organisatie.”

Zo kan elke reiziger bij Doeksen een prettige reis beleven. Dankzij het welkom van de purser en ‘de gezelligheid’ die de medewerkers elke dag opnieuw serveren in restaurant en bar, zo veel mogelijk met een glimlach. Dat is echt “welkom aan boord”. En natuurlijk: “Graag tot ziens bij een volgende overtocht.”

Het mooiste beroep op aarde

Geplaatst op 27 februari 2013 11:47

Pieter Schroo, eerste kapitein bij Rederij Doeksen

Pieter Schroo, eerste kapitein bij Rederij Doeksen

Pieter Schroo, eerste kapitein bij Rederij Doeksen
De Friesland wordt klaargemaakt voor vertrek. Pieter Schroo (48), eerste kapitein bij Rederij Doeksen, volgt het laadproces vanuit de stuurhut. Daarbij houdt hij voortdurend het portofoonverkeer in de gaten, om snel te kunnen ingrijpen als dat nodig is. Met een schuin oog op de bewakingsmonitor die zicht geeft op het beladen van het autodek overlegt Schroo met de stuurman over de tocht die op het punt van beginnen staat.

Als we even later de haven uit zijn, stellen we maar meteen de hamvraag: is het beroep van kapitein echt het mooiste beroep op aarde, de droom van menig kind? “Ja, zonder twijfel”, lacht Schroo, een van de veertien kapiteins die bij Doeksen in dienst zijn. “Uiteindelijk is kapitein zijn het ’t hoogst haalbare in de zeevaart. De verantwoordelijkheid maakt het bijzonder. Ik geef leiding aan de bemanning – stuurman, eerste en tweede machinist en twee matrozen – en ben verantwoordelijk voor de veiligheid van iedereen aan boord. Hoewel elke medewerker bij Doeksen zijn mannetje staat en weet wat er van hem wordt verwacht, ben ik degene die moet beslissen. Dat legt geen zware druk op mij, ik ben mij er wel altijd van bewust.”

Wat zijn lastige beslissingen? “Denk aan de vraag of we wel of niet varen bij extreem slecht weer of bij mist. Het is soms lastig om dat – zoals de servicegedachte bij Doeksen wil – minimaal acht uur van tevoren te bepalen. We willen onze reizigers op tijd laten weten waar ze aan toe zijn, maar een afvaart schrappen… lastig hoor. Het kan enorm meevallen of tegenvallen en dan kan je er wel eens naast zitten.”

Schroo is al 25 jaar in dienst bij Rederij Doeksen. Hij is begonnen als ‘olieman’ op de bekende sleepboot Holland en klom later op tot stuurman en in 2000 werd hij kapitein, hij was toen 36. “Ik heb ook in de visserij gezeten, op een Noordzeekotter, en in de offshore. Ik wilde eigenlijk de sport in, naar het CIOS. Maar mijn vader vond dat ik naar de Zeevaartschool moest en zo gebeurde het. Hoewel ik van Terschelling kom, woonde ons gezin in Den Helder, mijn vader zat bij de marine.”

“Verreweg de meeste varende collega’s bij Doeksen komen van de eilanden, een groot aantal van hen heeft op de Zeevaartschool in Terschelling gezeten. Veel eilanders werken over de hele wereld in de zeevaart; het mooie van het werk op de veerboten is dat je met je vak bezig bent, maar dat je toch ook een sociaal leven hebt. ’s Avonds ben je gewoon weer thuis.”

Hoe is de werkdag van een kapitein? “Ik begin ruim voor de eerste afvaart en ben dikwijls een van de laatste medewerkers die het terrein na de laatste aankomst verlaat. Na drie dagen werken ben ik drie dagen vrij. De diensten worden ruim vooruit gepland in een jaarrooster, waarin ook rekening wordt gehouden met een groot aantal veiligheidstrainingen en verschillende cursussen en verlof.”

Een kapitein heeft ook taken aan de wal. Zo coördineert elke kapitein geregeld een grote, drie weken durende onderhoudsbeurt voor een schip in het dok. Schroo heeft de jaarlijkse beurt van de Friesland achter de rug, waarbij veel planning en organisatie komt kijken. Onderdelen zijn getest, gerenoveerd of vervangen, er is op grote schaal geschilderd en ook de veiligheidsvoorzieningen zijn uitgebreid getest. “Ik volg en coördineer alles, samen met de hoofdmachinist, de collega’s op kantoor met de mensen van de werf.”

Wat maakt een dag in het leven bij een kapitein op de veerdienst ‘top’? Schroo denkt even na, maar niet lang: “Een mooie Oeroldag, met fijne gasten, die in een vrolijke stemming zijn. Sowieso is elke drukke dag waarop je veel mensen vervoert heel fijn. Een lange dag varen, met slecht weer, waarin alles prima is verlopen, daar kan ik ook heel tevreden over zijn. Dat deel ik ook graag met de stuurman en de andere medewerkers. Eer van je werk!”

Als eerste kapitein heeft Pieter Schroo ook heel wat ‘papierwerk’ af te handelen. “Het gaat om zaken als de coördinatie tussen kapiteins onderling en de walorganisatie, het toetsen van procedures, zelfs de sollicitatieprocedures voor nieuwe bemanningsleden, het opstellen van jaarroosters en het coördineren van verlofdagen. Hoewel het varen het leukst van alles is, hoort dit werk er ook bij. Ik probeer andere kapiteins zo veel mogelijk te betrekken bij zaken als sollicitaties, hun mening is belangrijk.”

Betrokkenheid, teamspirit, het zijn belangrijke zaken voor het goed functioneren van een bemanning. En hoewel er bij Doeksen buiten werktijd geregeld leuke activiteiten worden georganiseerd voor het personeel, doen de bemanningen sinds vier jaar iets extra’s. Schroo wijst op in de stuurhut van de Friesland op een stukje huisvlijt, een grote ijzeren trofee van wrakhout en een oude afsluiter. “Dat is de inzet van een viertal zeevisavondjes die we met de bemanning elke zomer hebben. Met z’n allen vissen we in de branding op zeebaars, met een olievat en wat hout voor de barbecue en wat biertjes erbij. Wie per seizoen de grootste vissen vangt, wint de trofee. Die avonden zijn erg gezellig, ze zijn goed voor de onderlinge verstandhouding. En uiteindelijk voor de kwaliteit van het werk aan boord.”

Afspraak is afspraak

Geplaatst op 22 januari 2013 14:17

Een betrouwbare veerdienst, daar kun je op rekenen. Die volgt de dienstregeling, in zomer én winter. Ook als er weinig reizigers zijn en zelfs: als een schip een defect heeft. Maar hoe garandeert Doeksen de veerdienst, die de eilanden jaarrond met de wal verbindt?

Volgens afspraken met de overheden mag een goede veerdienst niet ophouden als er minder reizigers zijn. Ook in de minder drukke maanden moet een adequate veerdienst worden onderhouden van en naar de eilanden, onder meer om de eilanders volop reismogelijkheden te bieden.
Als we in Harlingen naar de zojuist aangemeerde ‘Friesland’ kijken, dan is vandaag zo’n dag. Zes auto’s en nog geen zestig passagiers komen aan land. Da’s wel een heel magere oogst. En toch váárt de Friesland, want zo zijn de afspraken met de overheid.

De verhouding tussen dienstverleners en ‘gasten’ is vandaag wel beter dan het meest luxueuze vijfsterren hotel. Want op twintig reizigers werken vandaag aan boord zes bemanningsleden en twee horeca-medewerkers. Tel daarbij op een tiental medewerkers in de terminals en aan de kassa, collega’s op Terschelling en Vlieland, plus nog evenveel medewerkers op kantoor. Zo’n veerdienst kan in de winter dus niet ‘uit’.

Er zijn heel wat van zulke stille dagen in de winter. Eén van de ‘dunste dagen’ van deze winter was – tot dusver – 9 januari. Dinsdagen, woensdagen en donderdagen zijn in de winter sowieso wat stiller, maar deze spande de kroon. Op zes afvaarten van Harlingen naar Terschelling werden in totaal 386 reizigers geteld, alsmede 25 personenauto’s en vier vrachtwagens. Op de twee afvaarten tussen Harlingen en Vlieland ging het om in totaal 92 reizigers.

Maar die veerboten, die moeten váren. Ook als er zich een technisch mankement voordoet. Gelukkig houdt Doeksen altijd een reserveschip paraat op Terschelling en zijn bemanningsleden oproepbaar om uit te varen. “Want”, zo weet vlootinspecteur Jan Kooistra. “We laten de mensen niet staan. Zodra we weten dat een schip vanwege een technisch mankement niet verder kan, komen heel veel mensen in actie. Op Terschelling beginnen de mobiele telefoons te rinkelen, want daar wonen veel van onze bemanningsleden. Ze zijn voor dit soort moment oproepbaar, dus ze weten dat ze als een speer naar de haven moeten. Daar ligt ons reserveschip, de Midsland, die in zo’n geval binnen het half uur kan afvaren. Iedereen aan boord? Varen, want de dienstregeling is heilig.”

Ms Midsland op de werf voor onderhoud

Ms Midsland op de werf voor onderhoud

Om het schip permanent vertrekklaar te houden, controleert een onderhoudsploeg op gezette tijden de staat van de machines, de voorraden en de veiligheidsmiddelen. Daarbij wordt het schip zeker in de wintermaanden goed warm gestookt, om direct op temperatuur en inzetbaar te zijn als de omstandigheden daar om vragen.

Het spreekt vanzelf dat deze ‘staat van paraatheid’ kostbaar is. Dat begint bij de investering zelf: Doeksen heeft meer materieel dan strikt genomen voor de dienstregeling noodzakelijk is. De schepen zijn kostbaar, het onderhoud evenzeer. En de dagelijkse operationele kosten voor zo’n reserveschip – ook al vaart hij niet uit – zijn serieus. Jan Kooistra: “Ik denk dat een weekeinde stoken tijdens zeer strenge vorst, om de boot warm te houden al gauw 1.500 liter gasolie kost, reken maar uit.”

Hoe vaak gebeurt het dat de Midsland in actie moet komen? “Niet heel vaak. De Vlieland had eens een probleem met een van de schroeven. De overtocht waar ze mee bezig was, kon worden afgemaakt; de Midsland heeft volgens het boekje de diensten overgenomen. We zijn op alles voorbereid. En mocht het voorkomen dat de Midsland net voor onderhoud op de werf is, terwijl vervanging noodzakelijk is, dan kunnen we direct een extra snelboot inzetten om de passagiers te vervoeren. Ons vrachtschip de Noord-Nederland kan dan de geboekte auto’s vervoeren.”

Gelukkig komt het niet vaak voor dat reservematerieel en –bemanningsleden moeten worden ingezet. Maar als het gebeurt, staan de medewerkers van Doeksen klaar. Want afspraak is afspraak.

PS. Nu vraagt u zich misschien ook af wat de drukste dag van het jaar was? Dat was – geheel volgens de traditie – de vrijdag voor Oerol. Op deze 15de juni vervoerde Doeksen maar liefst 11.014 passagiers naar Terschelling en Vlieland.