Alleen verliezers

Geplaatst op 26 april 2013 09:03

Door Paul Melles, directeur Rederij Doeksen

Als u hoopte dat we na jaren van getouwtrek over veerdiensten op de wadden iets zijn opgeschoten, dan zult u met mij teleurgesteld zijn over de consequenties van de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Of liever gezegd: van het uitblijven ervan. De oeverloze discussie over de inhoud van de inmiddels al lang geleden afgegeven concessie gaat door. Deze situatie heeft naar mijn mening alleen maar verliezers.

Waar velen al bang voor waren, dreigt nu te gebeuren. Je kunt niet ongestraft een veerdienst die alleen de krenten uit de pap haalt, laten varen naast een dienst die alle rechten en plichten meedraagt vanuit een officiële afspraak met de overheid. Kijk wat er in de praktijk aan de hand is: het blijkt een hele toer om een volwaardige veerdienst neer te zetten, met een betrouwbare, jaarrond dienstverlening. Laat staan dat er brood aan te verdienen is.

Dat EVT na de uitspraak van het CBb victorie kraaide, is wrang. Het uitstel van de beslissing over de vraag of de staatssecretaris al dan niet terecht de concessie heeft gegund aan Rederij Doeksen, is namelijk geen overwinning, voor niemand. Het betekent slechts het voortduren van de huidige situatie, waarin EVT’s activiteiten kunnen worden gedoogd en beide rederijen veel te grote financiële averij oplopen.

De blijdschap getuigt tevens van een volledig mis verstaan van de ontstane situatie. Want ik reken vooral de eilanders en bezoekers tot de verliezers. Zij zullen, zo vrees ik, de tol gaan betalen. Zeker nu een echt definitief besluit van het CBb nog eens jaren op zich laat wachten.

Rederij Doeksen wordt nu gedwongen consequenties te trekken uit het feit dat de onzekerheid over onze positie voorlopig aanhoudt. En daar zal niemand vrolijk van worden. Wij lijden pijnlijke verliezen. Bijna een kwart van de reizigers wordt weggesnoept met dumpprijzen, met name in de vier voor onze rederij cruciale zomermaanden. Terwijl onze concurrent in alle vrijheid en naar eigen goeddunken kan varen, zijn wij gehouden aan de strenge voorwaarden die de minister aan onze veerdienst heeft gesteld. Ik heb op deze plaats wel eens uitgelegd dat wij dagelijks veel geld steken in het onderhouden en in stand houden van een complete, veilige vloot, het paraat houden van reservecapaciteit, het garanderen van optimale veiligheid aan boord, een hoog niveau van dienstverlening etcetera. Geld, dat wij moeten verdienen in de drukke maanden. We financieren daarmee niet alleen alle nodige investeringen, maar het zorgt er voor dat we ook een uitgebreide – maar onrendabele – winterdienstregeling kunnen blijven varen.

Nu de scheve concurrentieverhoudingen voorlopig in stand blijven, is een grens bereikt. Het wegsnoepen van reizigers in de drukkere maanden veroorzaakt te veel schade en de verliezen lopen te zeer op.

Dat is aan de ene kant een bedrijfseconomische vaststelling. Maar ik benadruk dat er ook een fikse emotionele component aan zit. We hebben de afgelopen maanden moeten zoeken naar structurele kostenbesparingen. Daarbij heb ik met grote tegenzin onze steun aan promotie en evenementen op de eilanden moeten terugschroeven. Dat deed pijn. Bij de betrokkenen op de eilanden, maar zeker ook bij de directie en medewerkers van Doeksen. De steun aan het eilandleven was in jaren ontstaan en toonde onze verbondenheid – misschien zelfs onze vergroeiing – aan met de eilanden.

Dat was al een nare ervaring, maar daar zal het waarschijnlijk niet bij blijven. Een voortdurende inkomstenderving door de oneerlijke concurrentie maakt het onmogelijk om de ruime dienstregeling op de eilanden vol te houden en om te blijven investeren in ons product. Momenteel brengen we alle gevolgen in kaart en beraden we ons over maatregelen. Schrappen in de winterdienstregeling is ons voorgedaan en zou wel eens een reële optie kunnen zijn. Niet onze eerste keuze, maar wellicht onontkoombaar, gezien de onzekere toekomst. Tenzij de minister onze onrendabele diensten compenseert. Hoe dan ook, wij schuwen niet langer welke maatregel dan ook in het belang van het voortbestaan van onze rederij. Nu het bestaan van oneerlijke concurrentie gaat voortduren, zullen alle betrokkenen daarvan de consequenties gaan voelen. Dat klinkt hard en dat zal het ook zijn.

Want stelt u zich eens voor dat er op een dag minder diensten in de onrendabele periodes worden gevaren. Dat de keuzemogelijkheden flink beperkt worden. Zou u daar als eilander blij mee zijn? Ik vrees ook dat het aantal badgasten in het naseizoen zou kunnen teruglopen in zo’n situatie en dat is niet goed voor het toerisme. Ook zullen wij wellicht ons innovatieve duurzame vlootconcept moeten schrappen, een project waar wij veel research en energie in hebben gestoken en dat veel milieuwinst kan opleveren.

Rederij Doeksen heeft in de loop van tientallen jaren een schitterende veerdienst opgebouwd, die voldoet aan alle denkbare eisen van reizigers en overheid. Wij zijn een goede werkgever van tweehonderd medewerkers, waarvan een groot aantal op de eilanden woont. Een rederij die nu nog financieel gezond is, die barst van de ambitie en die daarmee in staat is voortdurend te investeren in dienstregeling en service. Wij staan midden in de samenleving en wij hebben bewezen dat wij zeer begaan zijn met de toekomst van de eilanden. Maar zoveel onzekerheid en oneerlijke concurrentie, dat houdt geen enkele onderneming vol. Ik zou het heel jammer vinden, maar als het zo door gaat, moeten wij weer afbreken wat wij in vele jaren, met medewerkers en eilanders, hebben opgebouwd.

Paul Melles
Directeur Rederij Doeksen

Beroepscollege stelt uitspraak over veerdienst verder uit

Geplaatst op 15 april 2013 11:09

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg nadere vragen gesteld in de beroepszaak die EVT, Spathoek NV en Waddentransport hebben aangetekend tegen de veerdienst-concessies voor Rederij Doeksen en Wagenborg Passagiers Diensten. Dit betekent dat een definitieve uitspraak langer op zich laat wachten.

Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur heeft in mei 2011 een concessie verleend aan Rederij Doeksen voor het uitvoeren van veerdiensten op Terschelling en Vlieland. Rederij Doeksen kreeg de concessie van de minister om kwaliteit en continuïteit op de veerdiensten te garanderen. Onder meer rederij EVT tekende bezwaar aan tegen deze concessie, maar kreeg in maart 2012 van de minister nul op het rekest. EVT ging daarop in beroep bij het CBb, dat nu dus eerst antwoorden wil van het Europese Hof, voordat het tot een uitspraak komt.

Nu het CBb nog geen uitspraak heeft gedaan, houdt Rederij Doeksen de rechten en plichten die in het zogeheten Openbare Dienst Contract (ODC) zijn vast gelegd. EVT houdt de mogelijkheid om een veerdienst conform de medegebruik-regeling in dat ODC tussen Harlingen en Terschelling voort te zetten.

Rederij Doeksen is teleurgesteld over de vertraging in de CBb-zaak. Directeur Paul Melles reageert: “Deze vertraging is niet goed voor de noodzakelijke duidelijkheid, niet goed voor de reiziger. Het kan serieuze negatieve consequenties hebben voor het vervoer van en naar de eilanden. Wij gaan de motivatie nu eerst nader bestuderen.”

Overigens zal naar verwachting van Rederij Doeksen ook de overheid de consequenties van deze verdere vertraging op een rij moeten zetten, gelet op de ontstane situatie.