Reactie Rederij Doeksen op boek Metze

Geplaatst op 25 mei 2012 14:26

Boek Metze gaat voorbij aan belang reizigers
Publicatie over veerdienst eenzijdig en onvolledig; mist de essentie

Rederij Doeksen heeft kennis genomen van de publicatie van een boek van Marcel Metze over enkele aspecten met betrekking tot de veerdienst van Harlingen en Terschelling. De inhoud van het boek, geschreven in opdracht van EVT, is eenzijdig, onvolledig en op veel punten onjuist. Bovendien gaat de auteur voorbij aan de essentie: het belang van de reiziger bij deze openbaar vervoerdienst, wat de overheid garandeert via een concessie.

Aangezien auteur Metze in opdracht van EVT handelt en deze partij een aantal juridische zaken tegen Rederij Doeksen, de nationale overheid en de gemeente Terschelling heeft aangespannen, was het voor Rederij Doeksen niet mogelijk op Metze’s verzoek in te gaan om vragen te beantwoorden in het kader van de samenstelling van zijn boek.

Rederij Doeksen merkt op dat de inhoud van het boek eenzijdig, onvolledig en op veel punten onjuist is. Met respect voor de intenties van de auteur constateert Rederij Doeksen dat hij er helaas niet in geslaagd is om zijn eigen doelstelling te realiseren: het schetsen van een deugdelijk beeld. Vanwege de talloze onvolkomenheden is het ondoenlijk om verder inhoudelijk te reageren. De inhoud laat Rederij Doeksen dan ook geheel voor rekening van de heer Metze en zijn opdrachtgever EVT.

Essentie
Het boek gaat voorbij aan de essentie van een veerdienst tussen de eilanden. Het betreft een openbaar vervoerdienst, waarvan reizigers elke dag weer volledig afhankelijk zijn van hun verkeer tussen de eilanden en het vaste land. De overheid heeft als taak om zo’n dienst te garanderen, wat gebeurt via een concessie. Hierin staan de rechten en plichten die concessiehouder Rederij Doeksen heeft bij het onderhouden van een betrouwbare, continue, veilige en betaalbare dienst. De rederij dient daarvoor een hele vloot beschikbaar te stellen, moet een volledige dienstregeling bieden en maakt afspraken met de overheid over de prijsstelling. Dergelijke afspraken stellen de rederij ook in staat om tot een gezonde exploitatie te komen, waarin ook voldoende middelen beschikbaar zijn voor investeringen in schepen, gebouwen, personeel en diensten.
Deze voorwaarden, afgedwongen via de concessie, zijn allemaal in het belang van de reiziger. Het is logisch dat de overheid de uitvoerende rederij daarvoor rechten terug geeft. Dat Marcel Metze dit neerzet als “voorwaarden voor unfaire concurrentieverhoudingen” laat zien dat het boek de hoofdzaak niet begrepen heeft. Bij een concessie is er immers nooit sprake van een normale concurrentie, omdat de overheid vanwege het reizigersbelang de veerdienst reguleert. Rederij Doeksen is daarvoor de gekozen uitvoerende veerdienst.

Overleg met de Klantenpanels: wat wil de klant?

Geplaatst op 8 mei 2012 04:08

Wat is de ideale manier om de afstand tussen de eilanden en het vasteland te overbruggen? Een snelle, veilige overtocht wil iedereen wel. Maar wat is snel? En als een veerboot comfortabel moet zijn, wat verstaat u daar dan onder? Wanneer wordt comfort luxe en wanneer slaat kwaliteit om in overdaad? Hoe vaak moet een veerboot varen om van een goede frequentie te kunnen spreken?

U merkt dat er heel wat te plussen en te minnen valt als het gaat om de veerdienst tussen de eilanden en het vasteland. Bij Rederij Doeksen zijn we dagelijks met deze vraagstukken bezig, maar gelukkig doen wij dat bepaald niet op eigen houtje. Elk half jaar wisselen wij op Terschelling en Vlieland over deze en andere zaken van gedachten met de zogeheten Klantenpanels. Vertegenwoordigers van de belangrijkste klantendoelgroepen op de eilanden praten in die panels mee over de veerdienst, die vooral ook hún veerdienst is. Rederij Doeksen onderhoudt de veerdienst die voor de eilanders de ‘lifeline’ met de rest van Nederland vormt. Dat schept een band en het geeft tevens bepaalde verplichtingen.

Met wie praat de Rederij over het reilen en zeilen tussen Terschelling, Vlieland en Harlingen? Het gaat om diverse bevolkingsgroepen en belangenverenigingen. Voor Terschelling zijn dat bijvoorbeeld Arriva, LTO Noord afd. Terschelling, VVV Terschelling, de Terschellinger Ondernemers Vereniging en Buurtverenigingen. Voor Vlieland gaat het om de ANBO, Vereniging van Vrienden van Camping Stortemelk, Ondernemersvereniging Vlieland, Vereniging van Huiseigenaren Noordzeeduinen Vlieland, VVV Vlieland en TCR Vlieland, oftewel de busonderneming.

Tijdens de bijeenkomsten worden steevast zowel de reizigerservaringen met de veerdienst als de lopende projecten bij Rederij Doeksen besproken. “Het overleg geeft ons de kans te vertellen waarmee we bezig te zijn en om feedback te krijgen. De laatste tijd is er in dit kader veel gesproken over de invoering van nieuwe controlepoortjes met vingerscan en de nieuwe ticketverkoopautomaten; ook willen wij graag horen wat men vindt van de verbeteringen op onze website. En uiteraard bespreken we ook eventuele kritische geluiden die ons ter ore komen over aspecten van de dienstregeling. Dat is heel nuttig,” vertelt Irene Smit, hoofd commerciële zaken bij Rederij Doeksen.

Een ander vast punt: wat leeft er op het eiland? “Vaak gaat het over heel praktische dingen. We kregen onlangs een heel nuttige tip uit dit overleg. De vraag was of we voor mensen in het Grand Café in Harlingen wat duidelijker willen aangeven dat het instappen begint. Dat geeft de reizigers meer rust, zo was het argument. Kunnen wij ons helemaal voorstellen, dus daar komt verandering in.”

Zeker met zulke goede voorbeelden in de hand wil Doeksen met ‘de klant’ blijven overleggen over de veerdienst; in verband met de concessie is er ook een – wettelijk verplicht – consumentenplatform opgericht, waarin ook vertegenwoordigers van de eilanden zitting hebben.
“Hoe de samenwerking er ook uit gaat zien: ik weet zeker dat we daarin ook prettige, open gesprekken zullen hebben,” aldus Irene. “We staan aan dezelfde kant, althans zo voelen wij het. Wij willen allemaal een zo goed mogelijke bereikbaarheid van Terschelling, Vlieland en Harlingen.”